
Openingsrede Balie Limburg 2025 – Welzijn in de Advocatuur
Mr. Els Koninckx – “Dat heet dan gelukkig zijn”
Opening
We zijn hier samen aan het begin van een nieuw gerechtelijk jaar. Een moment van traditie, van reflectie, en – als het even kan – ook van verbinding.
Ik had het voorrecht om in 2019 als stafhouder de repliek te mogen geven op de openingsrede van meester Jan Roggen. Zijn moedige getuigenis over persoonlijke moeilijkheden raakte velen. In mijn repliek verwees ik toen naar de immense druk op ons beroep, naar de digitale versnelling, de steeds hogere verwachtingen, maar ook naar de kracht die er ligt in verbondenheid en verandering. Naar het belang van kwaliteit, transparantie en samenwerking.
Vandaag, zes jaar later, wil ik dat pleidooi verderzetten. Met een uitnodiging. Tot reflectie. Tot actie. En tot zorg. In een veilige context. Want alleen waar ruimte is voor kwetsbaarheid, kan verandering ontstaan. Als we het er nooit over hebben, kunnen we het ook nooit veranderen.
En we hebben het erover. Toen Mr Dorien Vandersanden de inspirerende monoloog van Gloria uit de Barbie film parafraseerde in de laatste revue van deze balie resoneerde dat bij velen.
Ik citeer:
“Je moet kinderen hebben, zwanger zijn alsof er niets aan de hand is. Je moet genieten van de roze wolk maar na 8 weken moet je terug op kantoor staan om duidelijk te maken dat je nog steeds ambitieus bent. Je moet het moederschap geweldig vinden maar werken alsof je geen kinderen hebt, want praat alstublieft niet de hele tijd over die kinderen. Je moet persoonlijkheid hebben en uzelf tonen op de rechtbank, maar ook altijd op je hoede zijn voor de gevoelens van anderen, want je mag niemand voor de voeten lopen of schofferen. Je moet gedreven zijn, tot het uiterste gaan voor een goed vonnis en alles uit de kast halen zonder hier iets voor door te rekenen aan je client. Want anders ben je een geldwolf. Je moet er goed uitzien voor je cliënten en collega’s, maar je mag er niet bij lopen als een flamboyante flamingo zodat je te veel aandacht trekt of dat je andere vrouwen bedreigt.”
Ook Mr Hans Van de Wal, die het in zijn openingsrede in oktober 2023 voor de balie Antwerpen had over de vraag of AI een bedreiging vormt voor de advocatuur, sprak over de druk die hij als advocaat ervaart.
Ik citeer opnieuw: “Herman Van Veen bezong het al: “We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan”. De snelheid waarmee hij opsomt wat we allemaal moeten – op een naar mijn gevoel iets te zenuwachtige instrumentale begeleiding – maakt mij onrustig. In tegenstelling tot Wout Van Aert, die het vermogen bezit om te zeggen dat hij “just niks” moet, ben ik het met Herman eens dat we al die dingen wel moeten, maar op welk tempo en ten koste waarvan?
En ineens voel ik me gevangen, omsingeld door een teveel aan mogelijkheden waarlangs ik professioneel belaagd kan worden.
Lieve Herman, we moeten bellen, vergaderen, Whatsappen, pleiten, Instagrammen, mailen, studeren, Facebooken, adviseren, Telegrammen, Signal’en, LinkedIn’en en altijd maar doorgaan, doorgaan, doorgaan. Maar hoe houden we dat vol zonder af en toe een mentale meltdown?”
Ik spreek vandaag als advocaat. Ik weet wat het is om als advocaat én als moeder voortdurend het gevoel te hebben achter de feiten aan te hollen. Om tegelijk te willen uitblinken in je beroep, beschikbaar te zijn voor je cliënteel, je kantoorgenoten én aanwezig te zijn voor je gezin. Om alle ballen in de lucht te houden – en te beseffen dat er altijd wel eentje is die onvermijdelijk valt. Niet uit onwil. Maar omdat we mensen zijn.
Ik spreek hier vandaag in eigen naam, maar met mijn ervaring en engagement als bestuurder bij de Orde van Vlaamse Balies, bevoegd voor opleiding, kwaliteit en welzijn.
Vandaag wil ik u meenemen in de feiten, wat de Orde van Vlaamse Balies doet en wil doen en wat we samen kunnen doen voor het bewaken van ons werkgeluk.
Mijn uitgangspunt, mijn geloof is dat we het aan onszelf verplicht zijn positief optimistisch en hoopvol in het leven te staan.
Ondanks de druk, de complexiteit en de lange dagen: advocaat zijn is méér dan een functie. Het is een roeping, een engagement.
Wij verdedigen rechten — en daarmee ook mensen.
Wij brengen structuur in chaos, woorden in stilte, richting in onzekerheid.
Het is een beroep dat ons uitdaagt, intellectueel én moreel.
Het dwingt ons tot helder denken, tot moedige keuzes, tot menselijkheid.
En ondanks — of misschien dankzij — die veeleisendheid, biedt het iets wat bijzonder is in het werkende leven: betekenis.
De Realiteit – Cijfers en inzichten
Hoe zit het met dat werkgeluk?[1]
Dat een overgrote meerderheid deze job ervaart als betekenisvol hebben we gemeten.
Uit de laatste bevraging van de OVB in 2023 blijkt dat 82,58% van de advocaten zijn of haar job graag doet.
Wel bleek uit deze bevraging dat de stress toeneemt en dat velen herstel nodig hebben na de werkdag.
Reeds uit de welzijnsenquête van de OVB gehouden in 2019 weten we dat 90% van de respondenten stress op het werk ervaart, en 2 op 3 dit als een probleem ziet.
De hoge werkdruk, strakke deadlines en emotionele belasting zijn specifiek uitdagingen binnen de advocatuur.
Vanuit Precura weten we dat 1 op 4 geopende waarborgdossiers gelinkt is aan mentaal welzijn.
Stress is een natuurlijke menselijke reactie, die ons aanzet om uitdagingen en bedreigingen in ons leven aan te pakken. Iedereen ervaart in zekere mate stress. De manier waarop we met die stress omgaan, maakt echter een groot verschil voor ons algemeen welzijn.[2]
En ik zou dan hier kunnen afronden met een verwijzing naar de stressmanagementgids van de Wereldgezondheidsorganisatie – “Doing what matters in times of stress”
In de gids vindt u zelfhulptechnieken om de stress tegen te gaan (dagelijkse routine aanhouden, voldoende slaap en slaaphygiëne, familiale en sociale contacten, delen van gevoelens, evenwichtig gezond en op vaste momenten eten, voldoende water drinken, regelmatig bewegen, focus op ademhaling, beperk nieuws, sociale media en schermtijd).
Want u weet, die schermtijd, dat is een dingetje.
Al starend op een scherm kunnen we onze werk-en privémail checken, chatten met vrienden, fotograferen, filmen, muziek afspelen, podcasts en boeken luisteren, bankieren, boodschappen bestellen, betalen, de agenda beheren, nieuws lezen, de route uitstippelen, ons doen en laten delen op sociale media, spelletjes spelen, en swipen voor liefde of snelle seks. Het enige waarvoor de telefoon minder gebruikt wordt is telefoneren.
Bellen is een intieme aangelegenheid geworden, de telefoonfunctie wordt nu vaak alleen gebruikt als het hoogstnoodzakelijk of strikt functioneel is.
Apps zijn dwingender dan gewone websites. Ze zijn ontworpen om zo snel mogelijk met zo min mogelijk obstakels of ongemak in een paar stappen je doel te bereiken. Daardoor verwachten we steeds meer dat de werkelijke wereld zo frictieloos is, terwijl het ongemak van sociale confrontaties, zelf dingen uitpluizen of ergens in rust langer over nadenken grote waarde heeft. [3]
De IBA-welzijnsindex van 2024 toont dat advocaten wereldwijd een lagere welzijnsscore hebben dan de algemene bevolking. [4]
De belangrijke pijnpunten zijn:
Opvallend is ook het verschil in beleving:
Vooral op dat laatste willen we inhaken met de Orde van Vlaamse Balies. En inzetten op bewustwording rond welzijn, ondersteuning aanbieden, opleidingen uitbreiden en regelgeving voorzien waar nodig.
Let wel: de advocaat is een vrije beroeper. Hij is ook een ondernemer. Ondernemerschap mag en moet wringen. De essentie ervan is opportuniteiten zien waar andere problemen zien, een goed idee hebben dat een nood vervult, gepassioneerd zijn en impact willen creëren. [5]
Stress maakt deel uit van dat ondernemerschap en we moeten zorgvuldig zijn in wat we willen en kunnen doen. Een begeleidingscultuur moet de slagkracht voeden en niet de onzekerheid.
Bewustwording – Het begin van verandering
Je mentaal welbevinden is dynamisch: je voelt je niet ‘vanzelf’ goed in je vel of gelukkig.
Op basis van vele onderzoeken naar mentaal welbevinden is er een consensus dat geluk niet alleen te maken heeft met emotie en gevoelens maar ook met cognitie en verbondenheid met andere mensen en de wereld rondom ons.
Veranderingen, stress of tegenslagen kunnen ons uit evenwicht brengen. Hoe sterk je uiteindelijk uit balans geraakt, hoe sterk je te lijden hebt onder druk, veranderingen en tegenslagen hangt af van hoe veerkrachtig je op dat moment bent.[6]
“Het is niet omdat het moeilijk is dat we er niet over praten. Het is omdat we er niet over praten dat het moeilijk is.” (Seneca)
Door open te zijn over welzijn, maken we het normaal. Het is geen teken van zwakte om te praten over wat je bezighoudt. Het is oké is om vragen te hebben, om het even niet te weten.
We kunnen pas iets veranderen als we het durven benoemen.
We mikken op een mentaliteitswijziging. Want het vergt een cultuuromslag. Dat kost tijd.
“Change. But start slowly. Because direction is more important than speed.”
In de lijn van de aanbevelingen van het IBA heeft de Orde van Vlaamse Balies de voorbije jaren sterk ingezet op het bespreekbaar maken van welzijn: met de oprichting van de commissie welzijn waarin alle lokale balies vertegenwoordigd zijn, met de introductie van advocaten-vertrouwenspersonen tot de posterscampagnes (“Dag confraters, hoe gaat het echt met u?”) – ze zijn geen slogans, maar uitnodigingen.
Want er is een link. Een kritiek verband tussen juridische integriteit, persoonlijke veerkracht en de sterkte van de ‘rule of law’.[7]
Individuele veerkracht, het vermogen om tegenslagen te verwerken en je aan te passen aan veranderingen, is een belangrijke bouwsteen van een veerkrachtige samenleving. Burgers met een hoge veerkracht zijn minder vatbaar voor desinformatie en manipulatie, waardoor ze beter in staat zijn om hun rechten en vrijheden te verdedigen en de principes van de rechtsstaat te ondersteunen. [8] Dit geldt des te meer voor advocaten die een cruciale rol spelen in de rechtstaat. Ze zijn de hoeders van het recht en zorgen ervoor dat burgers toegang hebben tot het recht en hun rechten kunnen uitoefenen. Ze verdedigen cliënten, bieden juridisch advies en dragen zo bij aan een eerlijk proces en een rechtvaardige samenleving.
Ik maak hier even een zijsprong naar de magistratuur.
Wanneer gerechtelijke stress wordt genegeerd — wanneer rechters overbelast zijn, werken in ongunstige omstandigheden, te maken krijgen met toenemende externe druk of bedreigingen, en regelmatig worden blootgesteld aan secundaire traumatisering — dan reiken de gevolgen veel verder dan het individu. Burn-out bij rechters kan leiden tot foute beslissingen, gerechtelijke vertragingen en een verzwakte rechterlijke macht, wat uiteindelijk het vertrouwen van het publiek ondermijnt en de toegang tot justitie schaadt.
Het welslagen van een goed functionerende rechtsbedeling hangt af van het vermogen van sleutelfiguren binnen het systeem om optimaal te presteren.
Een rapport uit 2022 [9]van het Global Judicial Integrity Network van UNODC, toont aan dat 76 procent van de rechters en gerechtelijke ambtenaren onvoldoende tijd heeft om hun fysieke en mentale welzijn op peil te houden. Bovendien gaf 69 procent aan dat praten over mentale gezondheid of stress nog steeds een taboe is binnen de rechterlijke macht — wat wijst op een aanhoudend stigma rond deze thema’s in veel rechtssystemen.
Omwille van de urgentie van dit probleem werd een internationale commissie van rechters samengesteld, die op 25 juli 2024 de Nauruverklaring over het welzijn van rechters lanceerde. Deze verklaring is een mijlpaal in de erkenning van het belang van welzijn en integriteit van rechters, en sluit aan bij de principes zoals vastgelegd in artikel 11 van het VN-Verdrag tegen Corruptie.
In maart van dit jaar, slechts enkele maanden na de goedkeuring van de Nauruverklaring, erkende de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties officieel het belang van het fysieke en mentale welzijn van rechters en riep zij 25 juli uit tot de Internationale Dag voor het Welzijn van Rechters.[10] Deze dag is hier bij ons zonder veel ruchtbaarheid gepasseerd.
Ook daar is nog een hele weg af te leggen.
Het hoeft geen betoog dat een advocaat met een goed mentaal welbevinden zorgt voor juridische integriteit. De advocaat met een goed mentaal welbevinden en welzijn is oordeelkundiger, kent een lager foutenrisico, kan beter omgaan met uitdagingen van het cliënteel, werkt duurzamer en blijft in het beroep.
Ondersteuning – Samen sterk
Wat bieden we nu al aan als ondersteuning?
Wat elke advocaat zou moeten weten als inbegrepen in zijn baliebijdrage zijn de sociale en collectieve voorzieningen.[11]
Voor deze balie komt daar nog een collectieve ongevallenverzekering bij.
Alle informatie hierover is beschikbaar op de website van de OVB en de websites van de lokale balies. Het verdient zeker nog meer promotie.
Want zeker wanneer men als advocaat moeilijkheden ondervindt is er schroom, schaamte en soms ook niet de mogelijkheid om hulp te vragen.
We hebben een boomdiagram uitgewerkt voor de advocaat in moeilijkheden, dat de lokale balies op weg kan helpen om nog beter ondersteuning te bieden.
We brengen verdieping door in samenwerking met de verzekeraars en de lokale balies een Q&A uit te werken rond ziekte, arbeidsongeschiktheid, het einde van je loopbaan en diens meer.
We verzamelen de “best practices” om deze informatie tot bij elke advocaat te krijgen die het nodig heeft en ook beter te detecteren wie wat wanneer nodig heeft en hoe we die advocaat dan best kunnen bereiken.
Er is een kosteloze vertrouwelijke telefonische psychologische ondersteuning 24 / 7 via REHALTO luistert, met een multidisciplinair team van specialisten opgeleid om te luisteren en om psychologische ondersteuning te geven.
Voor een vertrouwelijke babbel, een informeel gesprek, wanneer u even het bos door de bomen niet meer ziet of te maken krijgt met een onveilige situatie, zoals grensoverschrijdend gedrag, (verbale) agressie, pesten of seksuele intimidatie, of wanneer u een moeilijke situatie van een confrater wenst aan te kaarten, kan u terecht bij ons vertrouwensteam.
Dat team bestaat uit advocaten en baliemedewerkers verspreid over Vlaanderen. Ze hebben allemaal opleiding genoten en worden regelmatig bijgeschoold om te luisteren, te steunen, te adviseren en door te verwijzen indien nodig. U kunt terecht bij een vertrouwensadvocaat van uw keuze; ook aan een andere balie. Hun dienstverlening is volledig gratis.
Kent u de “achtervang” ? Op uw persoonlijke profielpagina van de Orde van Vlaamse Balies kan u de persoon invullen die uw vangnet kan zijn als u uitvalt.
Daarom niet meteen iemand die het werk inhoudelijk van u overneemt maar wel de cruciale gegevens heeft voor de opvolging van uw kantoor, toegang tot je kantoor, je mailbox, je smartphone, wachtwoorden, bankgegevens en diens meer. Het verdient aanbeveling, zeker als solist, om daarvoor de nodige voorbereidende maatregelen te treffen.
Met een kwalitatieve kantoororganisatie bouw je ook aan efficiëntie, tijdswinst, transparantie risicovermijding, hogere cliëntentevredenheid en loyale cliëntenrelaties.
Ook daarvoor voorziet de OVB diverse handvaten, concrete tips en modellen. Je kan je kantoororganisatie laten doorlichten met een peer review en zo leren hoe de beste praktijken te gebruiken om compliance niet in de weg te laten staan van je werkgeluk.
Diversiteit, gelijkheid, gelijkwaardigheid en inclusie zijn fundamentele waarden die zowel de toegang tot het beroep als de uitoefening van het beroep door iedereen waarborgen.
De aanwezigheid van divers talent binnen de advocatuur beoogt een weerspiegeling van de maatschappij, wat bijdraagt tot de geloofwaardigheid van de beroepsgroep en het vertrouwen in justitie. Daarom hebben we een adviesraad voor diversiteit gelijkwaardigheid en inclusie opgericht die aanbevelingen uitwerkt voor het beleid en het opleidingsaanbod van de OVB.
Het is mijn overtuiging dat we naast het stagemeesterschap ook het mentorschap kunnen uitbouwen.
Mensen hebben doorheen hun loopbaan vaak meerdere mentoren nodig, op verschillende momenten.
Op dit moment is er enkel een geformaliseerd mentorschap in de stageperiode.
Dat willen we beter ondersteunen door de stageverslagen aan te passen en modellen aan te bieden die gestructureerde regelmatige evaluatie en wederzijdse feedback mogelijk maken.
Veel stagemeesters of oudere kantoorgenoten blijven de mentor van hun jonge collega’s en ik weet dat bij velen een praktijk bestaat om te rade te gaan bij confraters, vaak als praktijkgids.
Door het delen van eigen ervaringen, successen én fouten, biedt de mentor waardevolle inzichten die de mentee rechtstreeks kan toepassen in de eigen context. Maar even belangrijk is het vermogen om te inspireren, richting te geven of net ruimte te laten voor reflectie. Daar waar een leidinggevende focust op prestaties, focust de mentor op het proces. Samen versterken ze de medewerker — én het welzijn.[12]
Opleiding – De hefboom voor veerkracht en vaardigheden
En opleiding maakt het verschil.
Zelfs was ik als lid van de algemene vergadering van de OVB (het zogeheten advocatenparlement voor diegenen die zich daar niet meteen iets bij kunnen voorstellen) heel erg voorstander van een Manama advocatuur.
Met een werkgroep hebben we een volledige inhoudstafel uitgewerkt en een competentieprofiel voor een voorbereidend jaar, na de rechtenstudie, voor de toga beroepen.
Waar alle procesrecht op praktische wijze opnieuw wordt aangeleerd, deontologie, compliance en sociale advocatuur met aandacht voor het jeugdrecht en het migratierecht worden gedoceerd en ingezet wordt op vaardigheden in communicatie, alternatieve geschillenoplossing, digitale bedrevenheid, ondernemerschap, time management, omgaan met druk.
En het is eigenlijk ook niet zo moeilijk om te bedenken wat een jurist allemaal moet kennen en kunnen om een goed advocaat te zijn.
Maar in essentie vindt de professionele ontwikkeling van de advocaat plaats binnen de eigen praktijk. We onderschatten de impact van dat dagelijkse ervaringsleren — terwijl net dát bepalend is voor wie we worden als advocaat.
Hoewel we allen vertrekken vanuit een gedeelde rechtenopleiding, evolueren we in uiteenlopende richtingen. De advocatuur is geen monolithisch beroep. Er is niet één soort advocaat. De praktijk van een strafpleiter verschilt wezenlijk van die van een vennootschapsjurist. De uitdagingen van een advocaat in de tweedelijnsbijstand zijn van een andere orde dan die in een commerciële setting. En het maakt uiteraard verschil of men solo werkt, met enkele collega’s of binnen een groot kantoor.
De context waarin we werken — het rechtsdomein, het type cliënten, de schaal van het kantoor — vormt ons vakmanschap. Ze beïnvloedt niet alleen wát we doen, maar ook hóe we werken, hoe we ons ontwikkelen en uiteindelijk ook hoe goed we ons werk doen.
Confucius zei het al “alleen de allerwijsten en de allerdwaasten veranderen nooit van mening.”
Ik ben dus volledig van mening veranderd. Met een Manama bereiken we niet het beoogde doel.
De beroepsopleiding van de stagiairs is belangrijk. In de hervorming van die beroepsopleiding voor de stagiairs – in samenwerking met alle stakeholders – gaan we uit van drie pijlers.
Grondige opleiding in deontologie en compliance (witwas, GDPR) en tweedelijnsbijstand (1) het aanleren van vaardigheden in omgaan met werk- en tijdsdruk, schriftelijke en mondelinge communicatie, luistervaardigheden, alternatieve geschillenoplossing, ondernemerschap, sociale en fiscale verplichtingen (2) en de herwaardering van het werkplekleren (3)
Het leren in en door de praktijk is een fundamenteel onderdeel van onze professionele identiteit. Wie die praktijk ernstig neemt, investeert niet alleen in kwaliteit, maar ook in eigen welzijn en duurzame groei.[13]
Het leren van ervaring is veel -zo niet allesbepalend voor een succesvolle beroepsuitoefening én voor welbevinden.
Daarom heeft ook wie begeleidt tools nodig. We willen kantoren helpen om stagiairs sterker te laten starten én langer te houden. Daarvoor zijn autonomie, betrokkenheid en competentie geen modewoorden, maar noodzaak.[14]
Vanaf dit jaar bieden we op verschillende plaatsen in Vlaanderen een gecertificeerde opleiding stagemeesters aan.
We zetten ook in op onderlinge steun en overleg en gaan met Liberform mentorcafés organiseren in samenwerking met de lokale stagecommissies.
Stagemeesters krijgen daar bovenop het aanbod zich in te schrijven voor overlegmomenten tussen stagemeesters om ervaringen en “best pratices” uit te wisselen en van elkaar te leren onder begeleiding van een expert. [15]
Dat brengt me bij intervisie – dat ook los van het stagemeesterschap een plaats heeft in het opleidingsinstituut als erkende opleiding;
Is het omdat ik getrouwd ben met een Nederlander dat ik erg geïnspireerd ben door wat de Nederlandse Orde van Advocaten onderneemt op het vlak van intervisie?
Ik kende het ook niet. En in Nederland is intervisie een verplicht opleidingsonderdeel voor advocaten.
Intervisie is een gestructureerde methode waarbij advocaten in een groep van maximaal 8 deelnemers en een gekwalificeerde gesprekleider (ook advocaat) samenkomen om werkgerelateerde vraagstukken te bespreken en nieuwe inzichten te krijgen.
Tijdens de bespreking worden dilemma’s, vragen over het eigen functioneren, de praktijkvoering of praktijkuitoefening ingebracht door de deelnemers. Het is niet de bedoeling dat tijdens de intervisie uitgebreid de juridische inhoud van een dossier wordt besproken; het gaat om de koers in een zaak of dilemma’s die spelen.
Intervisie helpt deelnemers om te reflecteren, hun eigen gedrag beter te begrijpen en effectiever samen te werken. Het is een waardevol instrument voor zelfontwikkeling en professionalisering.
Het ervaringsleren, dat belangrijk en invloedrijk is kent hier een vervolg met het delen van die ervaring. Diegenen die al hebben deelgenomen aan intervisie zijn enthousiast en overtuigd van de meerwaarde.
Advocaten zijn de “trusted advisors” van hun cliënten en zouden dat tot op zekere hoogte ook van hun collega’s confraters moeten en kunnen zijn.
Zeker in specifieke materies zoals de curatoren, schuldbemiddelaars en bewindvoerders kan het uitwisselen van ervaring probleemoplossend werken; ook intercollegiaal overleg zit daarom in de pijplijn van het aanbod permanente vorming.
En ja. Zelf merk ik hoe moeilijk het is om nog iets bij te leren na een dag vol dossiers, deadlines, sociale en gezinsactiviteiten. En toch is het broodnodig. Niet voor de punten, niet om te voldoen aan verplichtingen. Maar om bij te blijven in een wereld die snel verandert.
Onze job vraagt veel méér dan wetgeving en rechtspraak. Nieuwe communicatie, digitalisering, veranderende verwachtingen – het vraagt iets van ons. En dus moeten we ons blijven ontwikkelen.
We hebben nood aan vaardigheden die niet in het wetboek staan: de zogenaamde 21ste-eeuwse vaardigheden: digitale geletterdheid, denkvaardigheden, intrapersoonlijke vaardigheden en interpersoonlijke vaardigheden.
De OVB speelt daarop in: er zijn sessies over mindset, weerbaarheid, conflicthantering, hoe omgaan met verbale agressie, verbindend communiceren, ademhaling, communicatie en sociale media.
We zetten in op de advocaat als vaardige begeleider naar preventie en oplossingen waar het kan; door het aanreiken van methodieken en handvaten om op een meer empathisch-constructievere en dus productievere wijze om te gaan met cliënteel en confraters.
We zullen aan de slag gaan met de aanbevelingen van de diversiteitsraad in het opleidingsaanbod, om concrete handvaten en kleine gerichte stappen voor advocatenkantoren aan te bieden om in te zetten op diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid en starten alvast met de Meesterlijke Mens, een workshop voor verbinding en inclusie in samenwerking met Nic Balthazar.
We blijven inzetten op opleidingen rond compliance, GPDR, witwas, kantoororganisatie, e-facturatie en diens meer.
In dit alles wegen we af wat we digitaal en wat we klassikaal aanbieden.
Want het is duidelijk – of je nu een introvert bent of een extrovert – sociale verbinding is een basis voor geluk.
Geluk komt niet voort uit succes, status of materie maar uit relaties. Mensen die ervaren dat ze kunnen steunen op hechte relaties leven gelukkiger en langer dan mensen die dat minder ervaren.
Gedeelde smart is halve smart en dit is wetenschappelijk onderbouwd.
In het boek The Good Life zetten Robert Waldinger en Marc Schultz, hooglerareren psychatrie van Harvard, de onderzoeksresultaten van de Harvard Study of Adult Development uiteen. Het is het langstlopende onderzoek naar geluk. Gedurende 85 jaar volgen talloze onderzoekers honderden mensen met als primair doel te achterhalen waar mensen gelukkig van worden en wat onze levensduur beïnvloedt.
Waldinger en Schultz stellen dat de gelukkigste mensen een positieve relatie met hun werk en vooral met hun collega’s hebben. Werk biedt veel gelegenheid voor een sociaal leven. [16]
En zeker in de advocatuur is dat sociaal contact mogelijk, met confraters, op de rechtbank, in dossiers maar vooral in twee soorten activiteiten zeer eigen aan dit beroep: de balieactiviteiten en de opleidingen.
We starten daarom dit jaar terug met een volledig klassikale opleiding deontologie – naast de verplicht klassikale opleidingen in welzijn – in de beroepsopleiding voor de stagiairs en zullen dit evalueren om de beroepsopleiding verder te hervormen.
Regelgeving – of gezond verstand?
Moeten we daarnaast kijken regelgeving, naar onze deontologie om meer welzijn mogelijk te maken?
Het staat vast dat duurzaam werkgeluk mogelijk is met structurele welzijnsstrategieën. Een welzijnsbeleid heeft pas effect wanneer het ook verankerd zit in de cultuur en het leiderschap van de organisatie.
Dat is een gedeelde verantwoordelijkheid: van de OVB als beroepsorganisatie, van de balie als lokale verankering, van de advocaat die samenwerkt, de advocaat die stagemeester is, de advocaat die werkgever is én van elke individuele advocaat.
De Algemene Vergadering neemt ook die verantwoordelijkheid op: op haar verzoek werd het vak welzijn ingeschreven in de beroepsopleiding van de advocaten-stagiairs en met name in artikel 45 van onze codex deontologie. In klassikale opleidingen zullen de stagiairs leren hoe ze tijd en energie efficiënt beheren en stress en diverse gevolgen van stress op een afstand kunnen houden.
Op voorstel van de Raad van Bestuur keurde de AV ook een bijkomend artikel 9 in de gedragscode goed dat luidt als volgt: “elke advocaat draagt zorg voor zijn of haar welzijn om de kwaliteit van de dienstverlening aan cliënten te waarborgen.” Dit betekent een evenwicht vinden tussen beroepsactiviteiten en privéleven, overwerken vermijden en voldoende tijd nemen voor rust en herstel.[17]
Die gedragscode is geen juridisch bindend document, maar een instrument dat richtlijnen geeft voor een respectvolle en professionele samenwerking binnen de advocatuur.
De code is bedoeld om een veilige werkomgeving te creëren en om advocaten te informeren over waar ze terecht kunnen voor steun bij problemen die hun welzijn beïnvloeden.
Moeten we verdergaan?
De toekomst zal het uitwijzen of een verplichte opleiding stagemeesters wenselijk is.
De facto bepaalt de codex deontologie nu al dat een stagemeester beschikbaar moet zijn voor bijstand en richtlijnen, moet toezien op deskundige en deontologisch correcte werkuitvoering, de stagiair voldoende tijd moet geven voor stageverplichtingen en een stageomgeving moet bieden met voldoende middelen en ruimte.
In Nederland is intervisie als verplicht vormingsonderdeel opgenomen omdat het kwaliteit bevorderend werkt, maar naar mijn oordeel ook het welbevinden ten goede komt.
Van de ons omringende landen heeft enkel Frankrijk een grondig onderzoek gevoerd naar welzijn in de advocatuur in 2023.
Het rapport kwam tot de conclusie dat het aanpakken van welzijn op het niveau van het beroep essentieel is om nieuwe generaties aan te trekken, maar ook om vertrek te voorkomen en te anticiperen op moeilijkheden, zowel professioneel als persoonlijk.[18]
Het rapport heeft vooral geresulteerd in een groot aantal aanbevelingen voor de advocaat op kantoorniveau, en de ordes lokaal en regionaal.
Ik licht er enkele uit: het uitbouwen van ondersteunende diensten die inzetten op bewustwording en preventie, diversiteit en inclusie in opleidingen, het oprichten van vervangingsteams om uitzonderlijke overbelasting op het werk, moeilijke situaties en afwezigheden op te vangen, communicatiecampagnes, inzetten op interpersoonlijke vaardigheden: empathische communicatie, conflictbeheersing, emotionele veerkracht enz.
Op het niveau van de kantoren richten de aanbevelingen zich vooral op de kantoororganisatie met aandacht voor materiële arbeidsomstandigheden (apparatuur, technologie, gebouwen, toegang, enz.) en immateriële arbeidsomstandigheden (mentale belasting, sfeer, enz.), aandacht voor de missie en de cultuur van het kantoor, analyse van behoeften, de praktijkvorm, de flexibiliteit waarin kan gewerkt worden en de mogelijkheden tot samenwerking.
Het rapport heeft dus niet meteen geleid tot bijkomende regelgeving.
Ook ik ben van oordeel dat meer regelgeving zeker geen garantie biedt op resultaat. Niet elke regel is een oplossing. Integendeel, het kan de ruimte beklemmen waarin gehandeld kan worden om beter te doen. Want elke advocaat, elk advocatenkantoor is anders, en wat voor de ene werkt is daarom niet de oplossing voor de ander.
We zitten met het beleidsplan van de OVB op hetzelfde spoor als de aanbevelingen in Frankrijk en het leert mij dat de beleidsdomeinen waarvoor ik verantwoordelijk ben binnen de Orde van Vlaamse Balies nauw met elkaar verweven zijn: aandacht voor opleiding kwaliteit en welzijn leidt tot werkgeluk.
Als ik één ding mis in de aanbevelingen van het rapport uit Frankrijk dan is dat het belang van gezamenlijke collegiale activiteiten.
De balieactiviteiten zijn bij uitstek een bron van verbinding. Het is toe te juichen dat lokale balies en vooral de jonge balies deze activiteiten met veel inzet en enthousiasme blijven organiseren, al is het soms moeilijk om iedereen te bereiken en te overtuigen deel te nemen.
De openingsconferentie, de mosselsouper, de kerstborrel, de nieuwjaarsreceptie, de onovertroffen balie quiz, de sportchallenge, het springfest, de tweejaarlijkse revue, het slotbanket, de culturele uitstappen…: het zijn ideale momenten om te connecteren en ervaringen uit te wisselen in een ontspannen context.
Met de Orde van Vlaamse Balies hechten we veel belang aan de input ondersteuning en samenwerking met de jonge balies. De gezamenlijke organisatie van de laatste advocatenrun was daar een mooi voorbeeld van.[19] Wat we samen doen, doen we beter.
De som – Werkgeluk
Ik kom tot het einde van mijn rede. Voor diegenen die heerlijk wakker worden uit hun dutje, waar had ik het over? Over Like me, de achtervang en intervisie.
Werkgeluk is geen luxe, en het hoeft ook geen groot woord te zijn. Het gaat over zinvol werk doen, jezelf kunnen zijn, en je gesteund voelen door je omgeving.
Werk is dé plek waar we groeien, mensen ontmoeten, iets kunnen betekenen. Het geeft structuur aan onze dag, laat ons nieuwe dingen leren en zorgt dat we ergens bij horen.
Ergens bij horen.
Ik ga even terug naar het begin. De citaten uit de monoloog met de roze toga in de revue, de verzuchtingen van de openingsredenaar uit Antwerpen: daar het gaat ook om te willen voldoen aan de verwachtingen van ander.
Het is wellicht iets te simpel hiervoor te verwijzen naar Mel Robbins: Let Them.[20]
Na het succes van haar Ted-talk, haar podcasts en het boek de 5-secondenregel vindt haar theorie ‘laat ze’ wereldwijd enorme weerklank.
De theorie is helemaal niet nieuw, dat geeft Mel Robbins (juriste van opleiding en met een verleden als advocaat) ook grif toe. Het is een hedendaagse vertaling van het stoïcisme: leef in overeenstemming met de natuur door je te richten op wat in je macht ligt, en los te laten wat je niet kan controleren.
Maar het wereldwijde succes van dit boek bevestigt de universele zoektocht van de westerse wereld naar simpele manieren om wat gelukkiger te zijn en ons leven iets beter te maken.
Toen Mel Robbins naar buiten kwam met haar problemen en de oplossingen die ze daarvoor had bedacht werd ze overladen met reacties van mensen die zich in haar verhaal herkenden en haar oplossingen zijn gaan gebruiken.
Dat wil ik benadrukken: de kracht van het delen van verhalen en ervaringen is niet te onderschatten.
We moeten delen wat we ervaren, delen wat we leren. Intervisie.
Gebruik wat er is. Er zijn opleidingen, webinars, intervisies, hulplijnen, collega’s die willen luisteren. Soms is één gesprek genoeg om weer verder te kunnen. Soms is een kleine pauze precies wat je nodig hebt. Of een koffietje bij Sylvie. Ook met kleine stappen gaan we vooruit.
Het is onterecht om een tegenstelling van werk en leven te maken. Werk is ook leven.
Alain de Botton zei het al “There is no such thing as work-life balance. Everything worth fighting for unbalances your life.”
We zijn hetzelfde in hoe we anders zijn. We zijn allemaal verschillende uitdrukkingen van dezelfde kwetsbaarheid en behoeftigheid. Dat is wat ons bindt. En als we dat erkennen en onszelf zien als een gemeenschap van verschillen dan definiëren die verschillen zelf ons niet meer. Dan kunnen we gaan samenwerken en dingen veranderen.[21]
Laten we dus niet wachten tot iemand uitvalt. Laten we elkaar zien. En blijven spreken. In de wandelgangen, aan de balie, of digitaal. Het maakt niet uit waar – als het maar gebeurt.
Dat heet dan gelukkig zijn, t gevoel niet alleen te zijn.[22]
Repliek Stafhouder Balie Limburg – Mr. Natascha Bielen
Bijna iedereen hier heeft een toga, net zoals ik.
Ik ben fier op mijn toga. Maar soms … soms voelt hij aan als een dwangbuis. Herkenbaar?
Mag ik beginnen met een opdracht voor jullie allen? Maak eens in gedachten een prioriteitenlijstje met daarop 3 zaken waarvoor je bereid bent stante pede je hele agenda overhoop te halen. Oke, gedaan? Ik kom hier later op terug.
Dan ga ik verder met een woord van dank. Mevrouw de Openingsredenaar, beste Els, dank u. U heeft een rede gebracht die blijft hangen. U noemde het beestje bij de naam: we doen deze job graag — maar soms put hij ons gewoon zo ontzettend uit. We zijn gedreven, betrokken, gepassioneerd… en af en toe hondsmoe.
En ik dacht: goed zo. Eindelijk. Eindelijk durft iemand luidop zeggen wat velen in stilte voelen.
Bij het schrijven van mijn repliek, moest ik spontaan terugdenken aan een maandagmorgen, toen ik – op weg naar de rechtbank, kwart voor negen, mij opjagend in de vele rode lichten op de grote ring van Hasselt -gebeld werd door de school. ‘Mevrouw, uw twee dochters zijn hun boterhammen vergeten. Hoe gaat u dit oplossen?’ (achteraf bekeken deden de dames dit waarschijnlijk opzettelijk, in de hoop dat mama hun ’s middags meenam voor een us-moment in de frituur).
En terwijl ik nog aan het bedenken wat ik moest doen, (want die frituur zat er echt niet in de dag), trilde mijn gsm: “Meester, dit is DRINGEND.”
Wat bleek? Een cliënt, vrachtwagenchauffeur, volledig in paniek… omdat zijn rijbewijs de dag ervoor was ingetrokken voor 14 dagen (u kan raden waarom). Maar hij was wel zo voorkomend geweest niet te bellen op zondag …
Nog geen minuut later, weer telefoon: ‘Avvocatessa, posso farle una domanda?’
Maandagmorgen 9 uur en mijn hoofd sloeg al tilt.
Dat, beste aanwezigen, is advocatuur anno 2025: Wij zijn tegelijk advocaat, tolk, psycholoog, diplomaat, redder in nood, eerste rechter en — als het even meezit — ook nog ouder met twee lunchpakketten op de achterbank.
Mevrouw de openingsredenaar: U sprak over de druk. En u heeft gelijk:
De druk komt van buitenaf: cliënten, zittingen, 747’en, verwachtingen, nieuwe technologieën, en zo kan ik nog even doorgaan.
Maar eerlijk? De hardste druk… die leggen we vaak onszelf op. Ik herhaal: de hardste druk leggen wij onszelf op. Wij zijn streng voor onszelf. We werken door op dagen dat we beter zouden rusten. We zeggen: “Het gaat wel.” Ook wanneer het eigenlijk helemaal niet gaat.
We doen verder — omdat we denken dat we moeten. Omdat we onszelf verplichten te moeten.
Maar hier komt het punt waar ik mijn stelling wil maken. Wij moeten veel, maar soms moeten we ook gewoon niets.
Wout van Aert zei het inderdaad en op mijn kabinet staat ook een mok met dezelfde spreuk: ’ik moet just niks’.
Was dat maar waar. Spijtig genoeg moeten wel heel veel , maar we moeten ook echt wel vaker zeggen dat iets niet moet. We moeten leren opkomen voor onszelf. We moeten leren zorgen voor onszelf.
Ik vroeg jullie daarnet om even in gedachten een lijstje te maken van de drie belangrijkste zaken in jullie leven, waarvoor andere dingen in de agenda moeten schuiven
Ik raad wat jullie dachten en som een vijftal zaken op:
Is er iemand van jullie die zichzelf in de top 3 van zijn prioriteitenlijstje gezet heeft, die dacht aan ‘zelfzorg’? Die mag dan nu zijn hand opsteken.
Niemand, ik vreesde er al voor.
En dat is het enige punt van mijn repliek van vandaag: zorg eens wat beter voor jezelf.
Nu, laten we eerlijk zijn: Zelfzorg klinkt wat zweverig en zelfs wat egoïstisch.
Spreuken als: ‘Praat tegen jezelf zoals je zou praten tegen iemand van wie je houdt’. Of nog: ‘Het is nooit te laat om jezelf opnieuw te vinden’,
doen de meesten onder ons spontaan denken aan sessies met lavendelthee, geurkaarsen en yoga op een matje in het bos. En geitenwollen sokken.
Maar toch: zelfzorg is geen wierook. Het is niet iets waar we misschien nog eens even aan denken als we nog 10 seconden tijd hebben op het einde van de dag.
Zelfzorg is een levensverzekeringspremie — voor ons lichaam, onze geest en ons hele zijn.
Als ik bij de Bond Zonder Naam zou beginnen werken, was mijn eerste spreuk: Zorg begint bij zelfzorg (sommigen onder jullie hebben mij dit trouwens als horen zeggen).
Ik ben even gaan zoeken op de site van de Bond en de enige spreuken die terug te vinden zijn gaan over zorg voor anderen, zorg voor zwakkeren, zorg voor het milieu. Geen enkele spreuk over zelfzorg. Waarom? Mogelijks omdat dat nogal egoïstisch klinkt?
Maar toch herhaal ik: zorg eens wat beter voor jezelf.
Als wij het niet voor onszelf opnemen, wie dan wel?
Als wij onszelf niet beschermen tegen overbelasting, tegen uitputting, tegen eenzaamheid, dan is er niemand die dat in onze plaats zal doen.
Wij advocaten zijn de eersten om op te komen voor het belang van anderen.
Hun verhalen, hun noden, hun rechten. Maar intussen… vergeten we onszelf.
We zijn briljant in het verdedigen van cliënten, maar dramatisch in het bewaken van onze eigen grenzen.
Van waar komt die gedrevenheid voor anderen? Van waar komt die drang om onszelf in het diepste hoekje weg te duwen?
Ik weet het niet. Ik weet wel waar het toe leidt en mevrouw de openingsredenaar zei het al: een toenemende uitval van advocaten wegens psychische problemen.
De risicogroepen zijn de vrouwelijke advocaten tussen 25 en 30 jaar, hetgeen waarschijnlijk niet verwondert EN, en nu gaan jullie wel opkijken, de mannelijke eenpitters tussen 55 en 60. Tot je met die heren spreekt en zij één voor één toegeven dat het niet meer evident is om advocaat te zijn.
Weet dit: Een advocaat met een burn-out is geen persoon die te zacht is voor ons beroep. Het is een confrater die te lang niet gezien werd. Of… die zichzelf niet gezien heeft.
Dus, en dat is dus mijn pleidooi voor vandaag: We moeten onszelf verdedigen. Niet tegen cliënten, niet tegen rechters, niet tegen deadlines. Maar tegen onszelf, tegen de overtuiging dat “doorgaan” altijd beter is dan “even stilstaan.”
Je mag gerust af en toe zeggen:
En neen, dit alles maakt ons geen zwakkere advocaat. Het maakt ons een mens. En als je het mij vraagt: vaak zelfs een betere.
Ik wil eigenlijk nog iets toevoegen :
Toon eens wat interesse in je confraters, en ook in de magistraten trouwens.
Ik kwam ooit oud Voorzitter Heeren tegen in de gangen van de rechtbank. Hij vroeg me ‘Mr. Bielen, hoe gaat het met u?’. Ik antwoordde, net als iedereen: ‘goed, dank u’ om onmiddellijk over iets anders te willen beginnen. De voorzitter onderbrak mij: Natascha, als ik vraag hoe het met u gaat, wil ik een antwoord, een echt antwoord, dus: hoe gaat het met u?
Waarom doen we dit niet allemaal wat meer? Waarom kijken we niet even naar de lichaamstaal van de persoon aan wie we het vragen? Waarom luisteren we niet wat meer naar mekaar?
Je gaat onmiddellijk merken dat dit zorgt voor meer connectie, waardoor je automatisch jezelf beter gaat voelen.
Een wijze dame (en ze zit hier naast mij in toga) zei mij enkele maanden geleden: ik denk iedere avond even aan iemand die mij die dag blij gemaakt heeft. Vandaag zal jij dat zijn.
In eerste instantie vond ik dat raar. Als typische gever zou ik dan eerder denken aan wie ik die dag heb blij gemaakt. Maar, na het zelf geprobeerd te hebben, moet ik u gelijk geven, mevrouw de Openingsredenaar: het doet enorm goed aan je hart om te denken aan wie jou genegen is. Het geeft warmte en verstevigt je emotioneel welzijn. Tegelijkertijd nodigt het uit om positief in de wereld te staan, om goed te doen voor iemand, want wie wil nu niet ’s avonds even herdacht worden als ‘mijn positiefje van de dag’.
Terug naar die zelfzorg:
Laat mij afronden met een paar kleine waarheden die ik de laatste jaren geleerd heb:
En ik had nog willen toevoegen: ja, zelfs de pleitnota van het jaar is niet meer waard dan je eigen gezondheid.’ Maar dat kreeg ik dan toch niet over mijn lippen zonder trouw te blijven aan mijzelf.
Want er zijn nu ongetwijfeld mensen onder jullie die denken: ‘hoor ze daar eens, onze stafhouder, precies of zij dat allemaal in balans heeft’. Jullie hebben gelijk. Ik werk veel te hard, ga soms keihard in overdrive, krijg al een jaar over mijn donder van vrienden dat ik nooit meer tijd heb voor hun. Mijn partner en dochters trekken het nog net, maar dat komt denk ik vooral omdat ze zien en horen hoe graag ik dit doe.
Want ik ben zowel advocaat als stafhouder met hart en ziel. De voldoening die het stafhouderschap mij schenkt, geeft mij de kracht om nog een jaar voort te gaan, hoe gevuld mijn dagen ook zijn.
En ook dat is zelfzorg: denk na over waarmee je bezig bent en wat je daarvan vindt. Maak voor jezelf de balans en weet dat voor iedereen die balans anders is. Als jij tevreden bent met jouw weegschaal, hoe scheef ze ook mag hangen in de ogen van anderen, dan is dat oké.
Dus ja: blij naar het werk, blij naar huis. Als dat niet lukt, mevrouw de Openingsredenaar heeft u tal van oplossingen gegeven.
Ik voeg toe: werk aan je zelf. Wees blij dat je de mens kan zijn, die je bent.
En als anderen kritiek hebben, bedenk dan het volgende: Anderen mogen zeggen over jou wat ze willen, maar vergeet nooit dat wat ze over jou zeggen, meer zegt over henzelf dan over jou.
Jij moet er voor zorgen dat je in de spiegel kan kijken en blij kan zijn met wie je bent. Jij zet jezelf in je prioriteitenlijst.
Mevrouw de Openingsredenaar, u eindigde met:“Dat heet dan gelukkig zijn.”
Ik voeg daaraan toe: “Dat heet dan zorgen voor een ander, zorgen voor elkaar, maar in eerste instantie zorgen voor jezelf.
[1] Welzijn omvat fysieke en mentale gezondheid, emotioneel evenwicht en algemene tevredenheid met het leven. Werkgeluk betekent positieve ervaringen en voldoening op het werk, essentieel voor motivatie en productiviteit.
[2] https://www.who.int/news-room/questions-and-answers/item/stress (geraadpleegd op 20.07.25)
[3] “Smartphonemoe”, artikel van Bina Ayar in HP De Tijd, juli/augustus 2025
[4] https://www.ibanet.org/IBA-Professional-Wellbeing-Commission-research-law-firms-need-new-approach-tackling-wellbeing-crisis
[5] Xavier Walthoff-Bom, “Hoeveel coaches heeft een ondernemer nodig?” in De Tijd, 19 juli 2025
[6] Vlaams Instituut Gezond Leven VZW
[7] “The foundation for integrity and the rule of law starts within. The global call for judicial wellbeing” Webinar van het IBA, 24 juli 2025
[8] Vlaams Instituut Gezond Leven VZW
[9] https://www.unodc.org/ji/en/knowledge-products/judicial-well-being.html
[10] https://www.nvvr.org/25-juli-internationale-dag-voor-judicial-well-being/
[11] https://www.ordevanvlaamsebalies.be/nl/nieuws-en-events/alles-wat-u-moet-weten-over-uw-collectieve-voorzieningen
[12] WAW-magazine-06-2025-LR-single1.pdf, the Circle of Wellbeing
[13] Marloes Ter Huurne, Het advocatenbrein, psychologie voor juristen, Boom Juridisch, Den Haag, 2023, p65 e.v.
[14] De zelfdeterminatietheorie van Deci & Ryan
[15] https://opleidingsinstituut.advocaat.be/opleidingsaanbod/
[16] Waldinger R, & Schulz, M.M. (2023), Het goede leven: lessen van het langstlopende wetenschappelijk onderzoek naar geluk. Uitgeverij Ten Have, Utrecht, p 291
[17] https://www.ordevanvlaamsebalies.be/nl/fetch-asset?path=ovb/Documenten/Welzijn/Gedragscode-welzijn.pdf
[18] https://www.cnb.avocat.fr/fr/actualites/lag-adopte-des-recommandations-pour-ameliorer-le-bien-etre-dans-la-profession?utm_source=chatgpt.com
[19] Save the date: 7 juni 2026
[20] Mel Robbins, Sawyer Robbins, 2025, “Let them”, Kosmos Uitgeverij, Utrecht
[21] Paul Murray, 2024, de Bijeensteek, p671, Meridiaan Uitgevers, Amsterdam
[22] An Christy, “dat heet dan gelukkig zijn” 1975, lyrics Marie Boduin,